Karel Van Miert is op 22 juni 2009 onverwacht bij hem thuis in Beersel overleden. Hij kwam om bij een ongeluk in zijn tuin, waar hij van een ladder viel. ACD betuigt haar steun aan familie en vrienden...
Karel Van Miert kweekte zijn groenten in een ALU HOBBY SERRE met schuine wanden.
Artikel over de tuinier achter de oud-politicus en minister van Staat Midden april, de eerste stralende lentedag van het jaar. Een uitgelezen dag voor Karel Van Miert, voormalig voorzitter van - toen nog - de SP en tien jaar lang Belgisch Eurocommissaris, om voor ons de poort naar zijn tuin in Beersel open te zwaaien. Meteen kijkt hij kritisch naar mijn hoge hakken en steekt me een paar van zijn eigen Timberland-schoenen aan de voeten. Een nuttige ingreep, want het woord 'tuin' blijkt in het geval van Karel Van Miert een understatement voor een heuvelachtig domein van 2,5 hectare, met een vijver, een moestuin, een serre en een wintertuin, een grote boomgaard, waggelende eenden en blaffende honden. De bloesem belooft honderden kilo's fruit, en de kroppen sla kunnen zo uit de aarde worden getrokken. Al is dat niet elk jaar zo: "Een tuin toont perfect de relativiteit van het leven", zal Van Miert mijmeren. "Het ene moment vallen de kersen recht in je mond, het andere moment sta ik triestig naar kapotgevroren lentebloesems te kijken. Ups en downs, zo is het nu eenmaal".
Op amper tien minuten van Brussel, met zicht op Anderlecht, belanden we in de teakhouten tuinstoelen van Van Miert. Meer dan tweehonderd hoogstammen staan er te wiegen, hier en daar met een houten ladder tot in de kruin, waar oude appelsoorten of handperen zullen groeien. In het hart ligt een natuurlijke vijver me een bruggetje over het water en knotwilgen errond. Een zwarte zwaan stapt in het water. Het gras staat hoog, maar de oplossing is al gevonden: straks brengt een boer drie koeien, vertelt Van Miert. Nostalgie is hier niet veraf, geeft hij toe: "Deze tuin laat me elke dag toe een stukje van mijn jeugd te herbeleven". Van Miert kocht het onderkomen domein, met een toen onbewoonbare hoeve als woning, in 1986 op een openbare verkoop. Sindsdien heeft hij er al zijn vrije tijd ingestoken. Volgens zijn huidige agenda is dat het volledige weekend, zonder uitzondering, tenzij hij écht ziek zou zijn. Wat trouwens zelden gebeurt: "Door die tuin voel ik me veel fitter dan twintig jaar geleden", aldus Van Miert. "Ik ben geen type dat met gewichten gaat jongleren in de fitness, maar dit heen en weer lopen en in bomen kruipen, dat bevalt me wel. En dan 's avonds... die gezellige moeheid, die tevredenheid".
Geduld Als zoon van landbouwers wist Van Miert van aanpakken. En toch. "Ik heb aanvankelijk heel wat groene literatuur verslonden, maar uiteindelijk is deze tuin door scha en schande gegroeid", vertelt hij. "Hoe gaat dat? Je denkt dat je een bepaalde perenboom koopt, maar een paar jaar later ontdek je opeens dat er een heel andere soort aan groeit (lacht). Ook van ziektes, zoals meeldauw, heb ik mijn deel gehad. Wie naïef-romantisch aan een tuin begint, houdt het volgens mij niet lang vol. De natuur is hard. Het is een lach met een traan, en véél geduld... Het ene jaar honderd kilo tomaten, het andere jaar niets. Het zij zo. Natuurlijk heb ik gemakkelijk spreken: dit is een passie, maar niet mijn broodwinning. Ik verkoop zelfs niets van wat hier groeit. Wat ik weggeef, aan familie, buren of een nabijgelegen restaurant, is gratis". En dat is veel, want in de goede jaren bestaat de Hof van Eden hier echt. "Aan de voordeur staat een vijgenboom, da's leuk. Voor ik de deur binnenga, stop ik er al één in m'n mond", aldus Van Miert. "Kersen zijn mijn favoriete fruitsoort. Ik loop van boom tot boom, na een kwartiertje heb je gegeten. Van al het fruit wordt confituur en sap gemaakt. Bramen, frambozen, perziken... In de diepvries staan tientallen soorten". Bij de aanmaak steekt levensgezellin Carla Galle een handje toe, en de wintertuin, een serre vol bloemen en planten en honderden zakjes zaden, noemt Van Miert 'het rijk van Carla'.
Soepeters Op naar de moestuin met serre, waar een kleine supermarkt bijeenstaat. Ajuin, bloemkolen, pepers, kroppen sla, worteltjes, artisjokken, courgettes, prei, aardappelen... Van zijn pompoenen heeft hij vijftig soorten gezaaid, vertelt Van Miert zonder verpinken, van de tomaten zijn het er dit jaar veertig. "'t Is bijna niet normaal hé", lacht hij dan toch. "Maar ik kan er moeilijk aan weerstaan. Als er een nieuwe soort uitkomt, moét ik ze geprobeerd hebben. Gelukkig zijn we soepeters". Zoveel verscheidenheid, het brengt werk met zich mee. "Ik krijg hulp van een gepensioneerde tuinier, een zeventiger die een schat aan kennis heeft. Maar daar stopt het. Als een kasteelheer instructies geven vanachter een balkon, daar vind ik niets aan. Ik wil de achtergrond van elk stukje kunnen voélen. Zoals die boom daar (wijst): dat is een echte dubbele flip, een traditionele perensoort. Die is geplant op de dag van het huwelijk van Filip en Mathilde. Dat heb ik 's avonds nog aan de prins verteld op de receptie". Voor velen is tuinieren een plezier, maar ook een uitlaatklep voor dagelijkse kopzorgen. Herkenbaar? "Zeker. Na het faillissement van De Morgen in '86 ben ik hier dagenlang komen snoeien", aldus Van Miert. "Maar dubben of herkauwen doe ik hier niet. Ik zit niet op een bank te treuren, ik ben juist heel geconcentreerd bezig, om niet in pessimisme te vervallen. In de tuin is er ook tegenslag en verval, maar je ziet dat de natuur zich altijd weer herpakt en vernieuwt. Je begrijpt het leven gewoon beter. Ik sakker ook minder op het Belgische weer sinds ik tuinier. Zonneschijn heeft zin, maar regen ook".
Inventaris De rondleiding stopt bij de garage, waar enkele buxussen in de vorm beertjes, konijnen en eekhoorns staan, zowat het enige gestileerde dat we in deze tuin terugvinden. De auto's staan buiten de garage, want ze hebben baan moeten ruimen voor een opeenstapeling van tuingerief. "Een tuin als deze moet je een beetje plannen", vertelt Van Miert tussen de potgrond en de kruiwagens. "Alle gegevens van oogsten, planten en snoeien, van nieuwe bomen of nieuwe soorten, hou ik bij op een plattegrond, als inventaris". Chemische stoffen staan niét in de garage. "Eén spelregel in deze tuin: laten leven", vertelt Van Miert. "Ik heb wel eens zaden die weggepikt worden door de vogels, maar die zet ik dan onder glas. Uit de bosjes komen vossen naar mijn kippen, maar daarom haal ik nog geen geweer boven. Het kippenhok heeft een stevig slot gekregen. Voor alles is er een oplossing". Even later valt ook achter mij het slot dicht. Tien minuten later ben ik weer in hartje Brussel.
Bron van het artikel: Van der Linden, N. "De tuinier in Karel Van Miert". Goed leven magazine, zaterdag 3 en zondag 4 mei 2003, p. 8-10. |
|
|
|