sla zaaien

Lactuca
Sla is een bladgewas dat behoort tot de composietenfamilie (Asteraceae). Slasoorten zijn ontstaan uit de kompassla (Lactuca serriola). De oorsprong van de kompassla ligt in Egypte. De Egyptenaren kenden de stengelsla, waarvan de stengel gegeten werd. Het blad van sla kan al of geen anthocyaan bevatten, wat het verschil maakt tussen rode en groene sla. Anthocyaan is een kleurstof die voor de rode kleur in rode sla zorgt.
Er bestaan verschillende vormen van sla, bijvoorbeeld: kropsla, veldsla, rode krulsla, eikenbladsla, ijsbergsla,...

sla zaaien Eikenbladsla, ijsbergsla en Lollo Rossa worden tijdens het kweekproject gekweekt.
Eikenbladsla
Eikenbladsla vormt een losse krop. De bladeren lijken op eikenbladeren. Deze sla heeft een lichte notensmaak. Eikenbladsla is niet lang houdbaar.
Ijsbergsla
Ijsbergsla heeft een dichte krop en is zeer stevig. De bladeren zijn knapperige en fris. Ijsbergsla is langer houdbaar dan gewone kropsla.
Lollo Rossa
Lollo Rossa, of ook wel rode krulsla heeft een losse krop en een sterk gekruld blad. Lollo Bionda is de gele krulsla.

Teeltwijze
Zaaien van sla kan van februari tot augustus. Tijdens de maanden februari en maart gebeurt het zaaien van sla onder glas in een zaaikistje. De teeltduur is ongeveer tien weken. Tijdens de zomer kan sla in volle grond worden gezaaid. De teeltduur in volle grond varieert van zes tot acht weken. Door op verschillende tijdstippen te zaaien De zaden van sla worden in geultjes gezaaid en die worden vervolgens bedekt met aarde. Na het zaaien moet de grond van voldoende water worden voorzien. Een opkweektemperatuur van 15įC volstaat. Bij een vochtige grond, verschijnen de eerste slablaadjes na zeven tot 10dagen. Sla bestaat voor meer dan 90% uit water en mag dus tijdens de groei niet uitdrogen.

Na het zaaien moet er worden uitgedund en verspeend om een volwaardige krop sla te kunnen oogsten. Het verspenen kan van het ogenblik dat de slaplantjes ongeveer vijf centimeter groot zijn, ongeveer drie weken na het zaaien. De slaplantjes moeten minstens vier of vijf blaadjes hebben. De kleinere slaplantjes van amper een paar centimeter groot met enkele blaadjes worden verwijderd. In volle grond bedraagt de plantafstand na het uitdunnen 25 cm. Bij de zaailingen in zaaikistjes bedraagt de afstand na het verspenen 5 cm, later worden ze uitgeplant met een plantafstand van 25 cm. Om in de herfst sla te kunnen oogsten, kan er vanaf begin september worden gezaaid in de serre. De kans op vorstschade bij kleine slaplantjes is gering, ze kunnen eventueel worden afgedekt met plastiekfolie of in de serre worden geplaatst.

Sla planten kan ook. De variŽteiten van de vroege teelt worden tussen december en april geplant, de zomerteelt vanaf half april tot begin augustus en de herfstteelt van begin augustus tot half september. Tot einde maart kan sla onder beschutting worden geplant, vanaf april gaat het over naar de buitenteelt. De plantafstand bedraagt 25 x 30 cm.

Verzorging
Sla heeft voldoende plaats nodig om te groeien, dit wordt beslist bij het verspenen.
In het voorjaar en in de zomer heeft sla regelmatig en voldoende water nodig. Sla water geven gebeurt het best in de voormiddag of avond, wanneer de temperatuur lager is. Warmte en vocht zijn ideale omstandigheden voor ziektes. In het najaar zal de sla minder water nodig hebben, omdat sla minder gaat verdampen. Als de sla in het najaar teveel water krijgt, ontstaat glazigheid. Glazigheid wordt veroorzaakt door cellen die openbarsten door de hoge worteldruk. Sla heeft veel licht en warmte nodig om te groeien en verkiest dus een zonnige groeiplaats.
Sla is gevoelig voor aantastingen van slakken. Slakken kunnen worden geweerd met slakkenkorrels of een slakkenval.

Oogsten
De sla wordt zo dicht mogelijk tegen de grond afgesneden met een mesje. 's Morgens zijn de blaadjes knapperig en stevig. Het oogsten gebeurt het best voordat de sla doorschiet en bloemen vormt. Sla steekt dan veel energie in het vormen van de bloemen, waardoor de blaadjes slap worden.
De sla die gezaaid is onder glas in februari, kan vanaf april worden geoogst. De sla die gezaaid is begin september, zal in oktober oogstklare sla opleveren.
De slasoorten van de vroege teelt kunnen vanaf mei tot eind juni worden geoogst, het oogsten van de zomerteelt kan vanaf eind juni tot half september en de herfstteelt kan vanaf half september tot begin november worden geoogst.

Bewaren
Sla is langer te bewaren als de slablaadjes worden gescheurd in plaats van ze te snijden. Sla is ongeveer een week houdbaar in de koelkast.

Gebruik
De buitenste bladeren van sla bevatten de meeste vitamines. Het is aangeraden om de sla te wassen. Sla wordt meestal rauw gegeten in salades met tomaat en radijsjes.




sla zaaien
sla zaaien

Sla

ACD heeft ook aan haar gedacht 07/03/2019

Na de man cave is er nu ook de She Shed.

Kom zeker eens langs in onze nieuwe showroom 25/10/2017

ACD serres: Serre - hobbyserre - kweekbak