rozemarijn
Rozemarijn, een zuiderse opkikker
Rosmarinus officinalis behoort tot de familie van de lipbloemigen (Labiatae). We vinden het struikje van nature langs de Middellandse Zee, tot op 1500 meter hoogte. Rozemarijn is gemakkelijk te herkennen aan de typische geur van wierook en kamfer
Een niet gesnoeid rozemarijnstruikje wordt een halve tot anderhalve meter hoog. De stengels zijn houtig en bebladerd. De altijdgroene smalle bladeren met omgerolde rand zijn zittend, hebben een leerachtige structuur en zijn bovenaan donkergroen, onderaan witachtig. De bloemen zijn lichtblauw of witachtig (het hele jaar), ze staan in kleine okselachtige trossen.
Gebruikte delen
De verse of gedroogde, naaldachtige bladeren die voor de bloei zijn geoogst. Soms ook de bloeiende toppen.
Toepassingen
Bij astma, cholesterolbeheersing, frigiditeit, zieke haren, zwak hart, herstel, impotentie, leverproblemen, migraine, neerslachtigheid, stress, weefselontsteking, bloedsomloop- en hartproblemen.
Gebruik
In de keuken wordt rozemarijn gebruikt op de barbecue (als onderdeel van Provencaalse kruiden), verder in soepen, gebraad, geroosterd vlees en bij kruidenazijn voor de inbreng van augurken e.d.
Practische teelt- en verwerkingstips
Wie zelf rozemarijn wil telen en verwerken houdt best rekening met de volgende tips:
- kweek: je kunt vertrekken vanaf zaadjes, maar wanneer je gezonde potplant(en) koopt, kun je veel vlugger blaadjes oogsten
- zet rozemarijn in de volle zon of halve schaduw. In de winter moet de plant best vorstvrij worden gehouden. Rozamarijn leent zich uitstekend om een haagje of afboording te maken
- oogst: jonge naadjes, voor de bloei
- drogen: de naaldachtige blaadjes op een droge, luchtige en donkere plaats drogen. Wanneer de gedroogde bladeren de oorspronkelijke kleur benaderen, is het drogen perfect gelukt.
serre