Ajuin
Ajuin
Allium cepa
De familie waar
ajuin toe behoort, is de leliefamilie, samen met onder andere sjalot,
bieslook, knoflook en prei.
De ajuin is een tweejarig
bolgewas. In het eerste jaar wordt de bol gevormd, in het tweede jaar worden de bloemstengel, bloem en het zaad gevormd. In de
bol wordt het reservevoedsel opgeslagen. De vliezige rokken aan de buitenkant zorgen ervoor dat de bol niet uitdroogt. De
bol bevat veel suiker, waardoor hij niet snel zal doodvriezen en lang zonder voedsel kan. De bol is het eetbare deel dat wit, geel, bruin of rood van kleur kan zijn.
Ajuinen kunnen door hun oppervlakkig wortelgestel op elke grond worden gekweekt. Ze hebben een vochtige grond nodig waar veel kalium aanwezig is.
Kalium zorgt ervoor dat er sneller een bol wordt gevormd.
Het is niet aangeraden om
ajuinen te kweken op plaatsen waar groenten van dezelfde familie stonden.
Het kweken van ajuinen kan op hetzelfde perceel gecombineerd worden met
wortelen. Uien kunnen geoogst worden wanneer het loof plat valt op de grond en begint te drogen, dit wijst op de voltooiing van de bolvorming.
De
ajuinen worden gedroogd op een goed ventilerende plaats.
Zaaiuien bewaren beter dan
plantuien.
Er zijn
2 soorten ajuinen:
Plantuien
Plantuien kunnen vanaf
half februari worden geplant. De uitjes worden 10 cm uit elkaar geplant, met een
rijafstand van 20 à 25 cm. De kleine bolletjes zijn na een jaar geoogst en worden als plantuien uitgeplant.
Zaaiuien
Er kunnen zaaiuien binnen worden gezaaid vanaf
januari - februari. Na afharden kunnen ze in
maart uitgeplant worden.
Vanaf half maart kunnen zaaiuien in de volle grond gezaaid worden. Er wordt 1,5 cm diep gezaaid in rijen die 25 cm uit elkaar liggen. Bij de opkomst worden de jonge plantjes uitgedund zodat er 10 cm tussen de planten ontstaat.
Zaaiuien zijn gevoelig voor
meeldauw en de
uienvlieg.
De cultivar die gekweekt wordt tijdens het
kweekproject is
Allium cepa 'Elody'.
serre