Bloemen zaaien

De kunst van het zaaien

In de serre de eerste plantjes zaaien is de start van het tuinseizoen. Natuurlijk is het een hele klus, maar de beloning mag er zijn: plantjes die bijna niemand heeft en die vanaf het begin zelf opgekweekt zijn.

Voorzaaien

Voorzaaien is handig omdat de plantjes dan al een flinke voorsprong hebben en eerder zullen bloeien. Ook is de opkomst van voorzaaien vaak beter dan wanneer je meteen ter plekke zaait. Je kunt in een serre prima voorzaaien. Zaden kiemen het gemakkelijkst in speciale zaai- en stekgrond. Deze grond is schoon en geeft de meeste kans op succes. Zorg dat de grond op temperatuur is en vul het zaaikistje ermee. Een laag van ongeveer 5 cm is genoeg.

Daarna zaai je de zaden zo dun mogelijk. Druk zeer fijne zaden aan en bedek iets grovere zaden met een zeer dun laagje zand. Maak de aarde vochtig met de plantenspuit. Een gieter geeft een te harde straal en dan kunnen de zaden met het water op een hoopje stromen. Doe het doorzichtige deksel op het zaaikistje, zet hem op een plek met een warme ondergrond en het wachten kan beginnen. Al na een paar dagen verschijnt een soort groene waas.

Elke dag kan het deksel van de bak een stukje verder open. Zorg dat de aarde niet uitdroogt, vernevel van tijd tot tijd. Hebben de plantjes meer dan twee blaadjes, dan kan het deksel van het zaaikistje en wordt het tijd om te verspenen. Voorzichtig haal je één voor één de zaailingen met hun worteltjes uit de bak. Elk plantje wordt in een potje met potgrond geplant. In potgrond zit voor de eerste tijd voeding en de eerste zes weken hoef je de plantjes alleen water te geven.

Om te voorkomen dat ze te hard en te slungelig groeien, moeten ze elke dag een beetje langer aan lagere temperaturen worden blootgesteld. Dit heet afharden. Op den duur kunnen ze de hele dag buiten blijven. Alleen nooit als het vriest of als er nachtvorst voorspeld wordt, dan worden de plantjes terug in de serre gezet. Hou buiten ook de slakken in de gaten. Zij zijn al vanaf het vroege voorjaar op zoek naar lekkere jonge blaadjes. Zijn er blaadjes aangevreten of helemaal weg, strooi dan milieuvriendelijke slakkenkorrels of gebruik een slakkenval. Pas na half mei is de kans op nachtvorst voorbij en kunnen de plantjes in de volle grond worden gezet.

Buiten zaaien

Na ongeveer half april is de temperatuur buiten hoog genoeg om sommige soorten meteen op de plaats van de bestemming, op een zonnige plek, te zaaien. Je hoeft dan niet te verspenen en ter plekke zaaien spaart heel wat werk. Houd ook katten in de gaten, die zijn dol op een lekker aangeharkt zaaibed. Veel katten in de buurt? Zet dan her en der wat plantensteunen in de grond om ze te ontmoedigen in de grond te gaan wroeten. Als de plek straks begroeid is, kan dit materiaal weg.

Hark eerst de plek waar je wilt zaaien goed door. Haal onkruiden en steentjes zoveel mogelijk weg. Maak met de onderkant van de hark ondiepe geultjes en maak de grond vochtig. Zaaien in geultjes is handig, omdat je zo de zaailingen en eventueel onkruid dat tegelijk opkomt, kunt onderscheiden. Zaai zo dun mogelijk en druk de zaden voorzichtig aan. Zorg dat de grond niet kan uitdrogen door er bijvoorbeeld een oude doek op te leggen. Geef bij warm en droog weer water met een zo zacht mogelijke straal. Zo kunnen de zaden niet wegstromen. Zet ook in de volle grond een naambordje bij de zaden. Staan de gekiemde planten te dicht bij elkaar, haal dan wat plantjes weg. Hoe meer ruimte, des te beter zullen de planten groeien en kunnen ze elkaar niet verstikken.

De kunst van het kiemen

Sommige zaden hebben hun eigen eisen om te kunnen kiemen. Dit heeft met hun natuurlijke groeiomstandigheid te maken. Eenjarige zomerbloeiers kiemen prima bij een lekker warme temperatuur. Er zijn ook zaden die in het donker moeten kiemen. Leg bij donkerkiemers na het zaaien een tijdje stukjes karton over het zaaikistje of dek zeer fijne zaden af met een dun laagje zand. Zijn de zaden gekiemd, dan kan het karton weg.

Ook zijn er planten zoals kattensnor die van temperatuurswisseling houden. De zaden willen overdag warm en 's nachts een stuk koeler staan. Veel van onze vaste planten zijn koudekiemers. Ze kiemen pas als ze in aanraking zijn geweest met vorst. Een goed voorbeeld is de kerstroos (Helleborus). De zaden worden zo vers mogelijk, in juni, meteen in potjes gezaaid en blijven buiten staan. Ze kiemen pas in het voorjaar. serre Bronnen: Buitenleven, april-mei 2011

Bloemen zaaien




Sitemap

ACD heeft ook aan haar gedacht 07/03/2019

Na de man cave is er nu ook de She Shed.

Kom zeker eens langs in onze nieuwe showroom 25/10/2017

ACD serres: Serre - hobbyserre - kweekbak