rode kool
Rode kool
Brassica oleracea convar. capitata var. rubra
Herkomst
Rode kool is afkomstig van de wilde kool. De oorsprong van de wilde kool bevindt zich in het Middellands-Zeegebied. Sinds de 19e eeuw wordt de rode kool in de Europese keuken gebruikt.
Algemeen
Rode kool behoort tot de kruisbloemenfamilie (Brassicaceae). Het is een koolgewas dat samen met
bloemkool,
radijs,
Chinese kool en
koolrabi tot deze familie behoort.
Rode kool is een sluitkool. Een sluitkook is een soort kool waarvan de bladeren van het gewas zicht dicht opeen over het groeipunt sluiten en zo de kool vormen. De rode kleur van de
rode kool komt door de aanwezigheid van anthocyanen.
Ziekten en plagen
knolvoet
Plasmodiophora brassicae
Knolvoet is een veelvoorkomend probleem bij koolgewassen. Bij knolvoet ontstaat er onregelmatige zwellingen aan de wortels waardoor de plant geen voedingsstoffen meer kan opnemen. Dit kan voorkomen worden door vruchtwisseling toe te passen. Na vier tot zes jaar kunnen opnieuw kolen op hetzelfde perceel worden geteeld. Vroege teelten hebben minder last van knolvoet, omdat de grondtemperatuur voldoende laag is. Knolvoet ontwikkelt goed bij een grondtemperatuur van meer den 15°C. In een bodem met een pH van meer dan 7,2 komt weinig knolvoet voet.
koolvlieg
De koolvlieg legt eitjes aan de voet van de
rode kool, maar het zijn de larven die de hoofdwortel aantasten. De koolvlieg kan vermeden worden door de jonge planten af te dekken met vliesdoek of door de
rode kool van een koolkraag te voorzien.
koolgalmug
De aantasting van deze mug kan worden voorkomen door vruchtwisseling toe te passen, natuurlijke vijanden in te zetten of bijvoorbeeld
selder tussen de kolen te planten.
slakken
Slakken eten heel graag de bladeren van de
rode kool. Hiervoor kan een
slakkenval of slakkenkorrels worden gebruikt.
Teeltwijze
Zaaien
Rode kool heeft een voedzame, niet zure grond nodig. Een zware grond zal de kans op knolziekte verkleinen. Een lichte grond is meer geschikt voor de vroege teelt omdat die beter opwarmt.
Vroege teelt
Het zaaien van de vroege teelt kan vanaf eind januari tot februari onder warm glas. Begin maart worden de plantjes verspeend.
Herfstteelt
Eind februari wordt herfstteelt van
rode kool geteeld onder koud glas.
Winterteelt
De winterteelt kan van eind maart tot eind april ter plaatse worden gezaaid.
Planten
Voor het planten wordt er kalk onder de grond vermengd. Het planten gebeurt in volle zon en in een opgewarmde bodem. Bij het planten moet de grond voldoende worden aangedrukt en water krijgen.
Vroege teelt
Vanaf begin april tot half mei worden de
rode kolen van de vroegte teelt uitgeplant. De plantafstand bedraagt 50 x 50 cm.
Herfsteelt
In mei worden de plantjes van de herfstteelt uitgeplant met een plantafstand van 60 x 60.
Winterteelt
Het planten van de winterteelt kan van eind mei tot eind juni. De plantjes van de winter
rode kool worden 60 cm van elkaar geplant.
Verzorgen
Door geurende kruiden in de buurt van
rode kolen te planten, kunnen schadelijke insecten worden geweerd. Het is heel belangrijk om de onkruiden te verwijderen vanuit dezelfde familie, schermbloemen.
Oogsten
Rode kool om te bewaren, moet voor de vorst worden geoogst.
Rode kool wordt het best bewaard bij een temperatuur van 1°C tot 8°C. Kolen zijn oogstrijp als het hart goed vast is. Het oogsten gebeurt het best bij droog weer. De
rode kolen worden van de stronken gesneden.
Vroege teelt
Vanaf begin juli tot half augustus kunnen de
rode kolen van de vroege teelt worden geoogst.
Herfstteelt
Het oogsten van de herfstteelt kan vanaf eind september tot eind november.
Winterteelt
Eind oktober tot eind november worden de
rode kolen van de winterteelt geoogst.
serre